Jean-Michel Jarre
“Je kunt niet ontsnappen aan de toekomst”

Foto: Moritz Künster

In het jaar 2000 hebben we allemaal een vliegende auto, dachten we toen Jean-Michel Jarre zijn album Equinoxe in 1978 uitbracht. Nu krijgt het retrofuturistische meesterwerk een vervolg. Op uitnodiging van de synthesizerpionier gaan we naar Brussel. Gewoon op vier wielen.

 

Dit najaar verscheen Planet Jarre, een overzichtsbox met instrumentale muziek uit de vijftigjarige carrière van Jean-Michel Jarre. Maar alleen oude koeien uit de sloot halen is de topfit ogende zeventiger te min. Half november verscheen tevens Equinoxe Infinity, een vervolg op zijn exact veertig jaar eerder verschenen succesalbum Equinoxe (1978). “Ik ben fan van series en van films met een vervolg. Een gegeven kan  zo sterk zijn, dat je nieuwsgierig wordt naar wat erna gebeurt. Zo ging dat ook met Equinoxe voor mij. Ik was meteen gefascineerd door die figuurtjes op de hoes, artwork van Michel Granger. Hoe zou het veertig jaar later met hen zijn? Ik vroeg de Tsjechische kunstenaar Filip Hodas een artistieke update te maken van ‘The Watchers’, want zo noem ik de mannetjes met verrekijkers. Ik vond hem op Instagram en hij is goed! Zijn creaties werkten zo inspirerend voor mij dat ik naar aanleiding van de door hem vervaardigde visuals opnieuw ben gaan componeren. Het beeld was er dus eerst.”

We spreken Jean-Michel Jarre, getooid met zonnebril, in de foyer van Cinéma Palace in hartje Brussel. Rond de release van zijn nieuwe album wordt daar een waar mediaspektakel op stapel gezet. Voor de pers uit de Benelux is een van de zalen van het nieuwe complex afgehuurd. Die bioscoopzaal is het decor van een voorbeluistering van het album met het geluid in optima forma. Ook is er een vraag- en antwoordsessie voor de aanwezige pers. Wij spreken de muzikant even later, schijnbaar onvermoeid, ook nog één op één.

“Vermoeiend, zo’n persdag? Ben je gek. Ik ben blij met zoveel aandacht. Mijn carrière gaat ook onverminderd door. Natuurlijk had ik dat vijftig jaar geleden niet voorzien. Mick Jagger kreeg op zijn negentiende de vraag voorgeschoteld hoe lang The Rolling Stones zouden gaan bestaan. Zijn antwoord toen: ik schat hooguit twee jaar.”

Jean-Michel Jarre verkocht in zijn carrière ruim 80 miljoen albums. Hij is totaal niet verbaasd dat het nog altijd zo goed met hem gaat. “Kwestie van oren en ogen open houden, genieten van mooie dingen en nooit bang zijn dat ideeën onuitvoerbaar zijn. Ik weet het, ik heb makkelijk praten. Ik heb de goede tijden van de muziekindustrie meegemaakt. Maar toen de vraag naar liveshows groter werd in de jaren zeventig, vroeg ik me wel even af hoe ik met typische studioinstrumenten een optreden moest geven. Het sleutelwoord was ‘drama’. Een optreden verzorgen is meer dan het recreëren van een album op het podium. Er zijn decors en visuals, er is licht en een monumentaal geluid. Schaalvergroting hielp, zoals de inzet van een grote harp of andere instrumenten die ik liet ontwerpen en bouwen. Ik weet zeker dat rockbands als U2 en The Rolling Stones zich lieten inspireren door mijn openluchtshows.”

 

AI

Equinoxe Infinity gaat over de huidige tijd. The Watchers op de hoes staan voor de hedendaagse techniek. Machines hebben veel bijgeleerd sinds de eerste Equinoxe en mensen kijken inmiddels meer op  hun  smartphone dan naar hun partner.

Jarre: “Wij gebruiken die machines, maar andersom kijken die machines ook naar ons. Ze weten alles van ons. Ze spioneren. Ze weten waar je bent, wat je doet, wat je koopt, wat je zoekt. Technologie is een deel van onze maatschappij geworden. We moeten daar niet bang voor zijn, we moeten het omarmen.

Artificial Intelligence is boeiend en kan ons verder brengen. Je moet optimistisch zijn over de mogelijkheden. Het kan ons helpen om meer van onze hersenen gebruik te maken. De mens gebruikt slechts 10 procent van zijn hersenen. Als AI er voor kan zorgen dat we ook die andere 90 procent gaan inzetten, kan dat tot geweldige zaken leiden.”

Het nieuwe album verscheen in twee verschillende hoezen: een met een vredig beeld van ‘The Watcher’ en een met een angstaanjagend apocalyptisch beeld. Twee hoezen voor twee mogelijke toekomstscenario’s die technologie ons biedt. “Veel mensen zijn bang voor de toekomst. Het is alleen niet waar dat vroeger alles beter was. De mens wordt tegenwoordig ouder, bijvoorbeeld, dankzij de wetenschap. Ik zou honderden jaren geleden waarschijnlijk al dertig jaar dood geweest zijn. Overleden aan een griepje, omdat er nog geen antibiotica was. Of we het leuk vinden of niet, wij maken allemaal deel uit van de toekomst. Ook al leven we in het verleden. Alles wat we op internet zien, is al gebeurd, en als we naar de hemel staren, zien we het licht van sterren die in werkelijkheid niet meer bestaan. Maar je kunt niet ontsnappen aan de toekomst.”

 

Europa

Jarre leeft zelf ook niet in het verleden, ook al mag hij graag opvolgers bedenken voor eerdere producten die hij maakte. Vóór dit vervolg op Equinoxe bedacht hij eerder al eens een Oxygène 2 (1997) en Oxygène 3 (2016). In 2015 en 2016 verschenen ook de albums Electronica 1 (The Time Machine) en Electronica 2 (The Heart Of Noise) met bijzondere samenwerkingen. Op het eerste werkte hij samen met onder meer Armin van Buuren, Moby, Laurie Anderson, Vince Clarke, Boys Noize, Air en Tangerine Dream. Op het tweede deel doet hij dat nog eens dunnetjes over met onder meer Pet Shop Boys, Gary Numan, Primal Scream, Jeff Mills, The Orb, Hans Zimmer en Peaches. “Dat was heel fijn om te doen. Alle artiesten deden graag mee. Ze vertelden schatplichtig te zijn aan mijn muziek, maar gingen er wel op hun eigen manier mee om.”

Jarre is een van de founding fathers van de elektronische muziek. Een uitvinding uit Europa, zo laat hij maar al te graag weten. “Die muziek heeft niets met jazz, rock, blues of andere Amerikaanse muziek te maken. De pioniers komen van het Europese continent. Uit Duitsland, Frankrijk en Nederland en België. Er zijn ook raakvlakken met lange, instrumentale, klassieke muziekstukken, die ook in ons Europees DNA zit.”

Nieuwe muziek creëren, het is volgens de Fransman altijd een kwestie van controversieel willen blijven, een continu leerproces. Dat geldt voor hem, maar ook voor al die helden met wie hij voor Electronica samenwerkte. “Zij waren fan van mij en ik beïnvloedde hen.

Maar zij mij ook. Equinoxe Infinity bevat kleine stukjes die deze artiesten  ergens  in  mijn brein hebben achtergelaten. Niet rechtstreeks terug te vinden in het geluid, maar waar- schijnlijk maakten ze wel onderdeel uit van hoe ik dankzij hen nieuwe technieken ben gaan benaderen. Er sluipen steeds  onderde- len uit andere genres in, want ook dat is de huidige tijd. Vroeger was je punk, rock, hiphop of techno, nu kan alles worden gemixt en luistert vrijwel iedereen overal naar. Dat mixen geldt ook voor technieken. Er komt een dag dat we een nieuw groot genre ontwikkeld hebben waarin alles samenkomt en dat door iedereen omarmd wordt. Het hokjesdenken verdwijnt compleet.”

 

Tomorrowland

De muziek op Equinoxe Infinity is in alles ‘typisch Jarre’. Voor heel revolutionaire vernieuwingen moeten  we  niet  bij  deze oude synthesizerpionier zijn. De dynamiek tussen de  onderlinge  tracks  is  dit  keer echter even divers als de genres waaruit hij put. Het nummer Robots Don’t Cry (‘not yet’, zo voegt hij daar tijdens het gesprek  aan  toe) lijkt bijvoorbeeld een volgende remake op Oxygène, maar dan met samples van strijkers aangepast voor een huiveringwekkende soundtrack.

Het nummer All That You Can Leave Behind heeft dan weer raakvlakken met de sound- track van Once Upon a Time in The West van Ennio Morricone, als die cowboys over elektrische laserguns hadden beschikt in plaats van buskruit. De uptempo track Infinity slaat in het hoofd van Jarre een brug  tussen  het eerste Equinoxe en de versie van veertig jaar later. Het pakkende deuntje is allesbehalve een artistiek hoogtepunt. In de tracks die daarop volgen, zoekt hij met stevige beats en baslijntjes nog iets wanhopiger  aansluiting bij de generaties elektronicapioniers die hem deze eeuw opvolgden. Niet dat hij opeens ‘dance’ maakt, maar op de vraag of hij een uitnodiging voor een show op dancefestival Tomorrowland zou aanvaarden springt hij razend enthousiast op uit de bank: “Of course! Ik zou daar perfect passen. Ik zou het een eer vinden, al was het maar om samen met het festival aan een groot podiu- montwerp te werken. Ik ken geen ander festival dat qua design, sfeer en originaliteit kan tippen aan Tomorrowland.”

Jean-Michel Jarre

  • Geboren op 24 augustus 1948 in Lyon
  • In 1967 speelt hij gitaar in de band The Dustbins
  • Hij switcht in 1968 van de gitaar (en fluit) naar tape loops, elektronica en de Moog-synthesizer
  • Tussen 1968 en 1972 werkt hij bij componist Pierre Schaeffer bij GRM (Group for Musical Research)
  • In 1971 is hij de eerste die elektronische muziek voor ballet (in de Paris Opera House) componeert
  • Hij componeert tussen 1972 en 1975 diverse soundtracks en nummers (inclusief teksten) voor onder andere Gérard Lenorman, Françoise Hardy en Patrick Juvet
  • In 1976 verschijnt Oxygène, zijn instrumentale soloalbum, gemaakt met een paar analoge synthesizers en een 8-track-recorder in de keuken van zijn appartement. De platenmaatschappij geloofde er niet in, maar het album verkoopt tientallen miljoenen exemplaren
  • Opvolger Equinoxe (1978) is bijna even succesvol; de release wordt gevolgd door een concert op Place de la Concorde in Parijs, voor ruim één miljoen toeschouwers
  • Na de release van Magnetic Fields (1981) wordt zijn eerste concert (van überhaupt een westerse muzikant) in China door 500 miljoen mensen via radio en tv gevolgd
  • De albums (24 inmiddels) en shows op bijzondere plaatsen (The Docklands in Londen, Caïro, Moskou, Houston, Athene maar ook in het Amsterdamse Carré) blijven elkaar opvolgen
  • Op Electronica I en II werkt hij in 2015 en 2017 met tal van zijn aanbidders, waaronder Armin van Buuren
  • In november 2018 verschijnt na twee eerdere opvolgers van Oxygène nu ook een opvolger van zijn succesalbum Equinoxe