Harry Sacksioni
‘Dankzij een panna werd het de gitaar’

Foto: Willem Jongeneelen

Harry Sacksioni treedt volgend jaar vijftig jaar op. Tijd om het wat rustiger aan te doen? Niet echt. Dit seizoen staat hij met drie verschillende programma’s in het theater. In zijn jubileumjaar pakt hij groot en prestigieus uit met Timeline. “Nog niet eerder werkte ik aan zo’n dure productie. Misschien ben ik daarna wel failliet, maar ik moet dat programma van mezelf echt op die manier gaan doen.”

 

De kennismaking met zijn gitaar was één van de mooiste zaken die hem ooit is overkomen. Volgend jaar zit Harry Sacksioni (1950) vijftig jaar in het vak waar hij vanaf zijn vijftiende volledig voor ging. Dat had destijds ook heel anders kunnen lopen. “Mijn vorig jaar overleden vader, Harry Sacksioni sr., speelde een tijdje in Ajax 1. Zijn sigarenzaak was één van de bekendste voorverkoopadressen van tickets voor die wedstrijden. Zelf doorliep ik ook alle jeugdselecties van Ajax. Het klinkt wellicht een beetje arrogant, maar ik bezat in mijn jeugd twee talenten: voetballen én gitaarspelen. Ik heb bovendien het karakter dat als ik ergens in geloof er helemaal voor ga. Ik was ook van plan beide zaken te blijven combineren. Maar dat liep even anders, dankzij Rinus Michels.”

 

Panna

Michels, trainer van het succesvolle eerste team van Ajax, dacht daar helaas voor Harry Sacksioni jr. helemaal anders over. “Ik had op mijn elfde mijn eerste gitaar gekregen. Ik merkte dat ik al snel beter speelde dan mijn bevriende leeftijdgenoten. Op mijn veertiende speelde ik al in popbandjes. Vaak eigen werk, want ik schreef ook al liedjes. Destijds zat ik ook in de A1 van Ajax. Soms mocht ik al eens met het tweede meedoen, zoals ook Johnny Rep, die bij mij in het team zat. Rinus Michels was een keer naar me toe gekomen. Hij zei met zijn karakteristieke stem op die typische toon: Ik weet van jouw gitaarspelen. Mot je horen: wat jij wil, is allebei topsport. Je zult moeten kiezen. Ik schrok daar enorm van.”

Niet lang daarna besloot Harry, nota bene tijdens een wedstrijd, om gitarist te worden. “Tijdens een groot internationaal toernooi van de Volewijckers, waar ook Liverpool en Real Madrid aan meededen, zou Rinus Michels komen kijken. Hij zou bepalen wie er van die jonge spelers uit mijn team bij de selectie mochten gaan meetrainen. Daar lag een geweldige kans voor mij. De eerste wedstrijd van dat toernooi was Ajax – Volendam. Ik stond tegenover een jongen met lang haar. Ik dacht hem wel te kunnen hebben. Dat liep anders. Hij maakte een panna met mij. Nadat ik dus door de benen was gespeeld, draaide ik me razendsnel om, maar miste ik ook mijn tackle nog. Ik besloot ter plekke de rest van mijn leven voor de gitaar te gaan. Die jongen met dat lange haar uit Volendam speelde trouwens twee jaar later wel in Ajax 1. Dat was Arnold Mühren.”

 

Politiek cabaret

Buiten destijds ‘stadion De Meer’ zal vooral muziekminnend Nederland de keuze van Harry Sacksioni niet betreuren. Na die popbandjes met elektrische gitaren, eigen songs van Sacksioni en af en toe een cover van het Motown-label, The Beatles en The Rolling Stones, kwamen er al snel andere zaken op het pad van de jonge Amsterdamse gitarist. “Tot mijn achttiende maakte ik voornamelijk popmuziek. Thuis deed ik al wel veel fingerstyle-oefeningen, maar daar trad ik toen nog niet mee naar buiten. Op mijn achttiende werd ik gevraagd voor een theatertournee met Sieto Hoving, als begeleider in een voorstelling met politiek cabaret. Ik dacht waarom ook niet? Ik speelde voor een habbekrats, want dat alles was volledig nieuw voor me. De Volkskrant was aanwezig bij de première en schreef een recensie over de voorstelling. Die ging vreemd genoeg vooral over mij: Let op deze man! Dat viel ook Herman van Veen op. Hij benaderde me om de gitaarpartijen op zijn album Goed Voor Een Glimlach in te spelen. De opnamen vonden overdag plaats in Brussel, maar ’s avonds speelde ik nog met Hoving in Nederland. Ik reed een aantal dagen op en neer. Dat had ik er wel voor over. Onze samenwerking beviel Herman zo goed dat hij vroeg of ik ook in zijn band wilde komen spelen tijdens de tournees. Dat heb ik tien jaar gedaan.”

Zijn periode bij Herman van Veen liep deels synchroon aan het opstarten van een eigen solocarrière. Die kreeg halverwege de jaren zeventig steeds meer vorm. “Mijn eerste drie albums waren een ongekend succes. Tegenwoordig duizelen artiesten bij die aantallen verkochte exemplaren, maar ik verkocht van alle drie die albums Gitaar (1975), Vensters (1976) en Om De Hoek (1978) steeds ruim 200.000 exemplaren. Dat was veel meer dan dat Herman albums verkocht.” De verklaring van het succes zat voornamelijk in het feit dat het volkomen nieuw was wat Harry deed. Letterlijk ongehoord. Hij speelde al die partijen op virtuoze wijze door elkaar. “Een ander geheim achter het succes was dat blijkbaar iedereen van die verlegen jongen met dat lange haar hield. Ik had veel vrouwe.lijk publiek en had over aandacht niets te klagen in die periode.”

 

Nieuwsgierig karakter

Inmiddels zijn we veertig jaar verder, woont Harry Sacksioni lekker centraal op de boerenbuiten midden in Nederland en speelt hij nog steeds vele avonden per week de sterren van de hemel op zijn instrument. Zijn optredens trekken nog altijd veel bezoekers. Er is nog steeds sprake van nieuwe aanwas. “Dat ik het zo lang vol heb weten te houden, heeft alles te maken met het feit dat ik al die jaren mijn stijl en spel ben blijven ontwikkelen. Als die ergens stil was komen te staan, dan had het voorbij geweest. Ik doe met mijn gitaartechniek nu dingen die ik in de jaren zeventig niet kon. Bovendien treed ik op een heel persoonlijke manier op. De optredens blijven daardoor intiem. Het contact met het publiek is steeds heel puur. Ik hang niet de commerciële jongen uit. Ik blijf constant dicht op mijn eigen gevoel zitten.”

Harry Sacksioni bleef zijn gitaar trouw en van beperkingen bij dat instrument wil hij niets weten. “Dat is zoiets als dat verhaal met die astroloog en die archeoloog. Die eerste zegt tegen de tweede: Kijk eens in de ruimte! Wat een universum heb ik nog te ontdekken. De ander zegt dan: Dat hele universum ontdek ik ook hier, onder de grond. Ze hebben allebei gelijk. Zo zit het ook met die gitaar. Als je het wezen van de gitaar duikt, raak je nooit uitgeleerd. Er zijn altijd nieuwe zaken te ontdekken. Het instrument blijft geheimen behouden. Gelukkig heb ik een nieuwsgierig karakter en probeer ik steeds opnieuw die geheimen te ontrafelen. Er is steeds de behoefte om te weten te komen wat er achter die laag zit.”

Hij verklaart dat hij de gitaar, samen met de viool, het moeilijkste instrument is om te bespelen. Dat zie je er bij Sacksioni niet aan af. Maar dat hoor je wel. Hij leerde zichzelf aan meerdere lagen door elkaar te spelen. Hij legde zijn unieke fingerstyle gitaarmethode vast in een boek: De Sacksioni Methode. “Het is inmiddels een van de meest geleerde gitaarmethodes in de wereld. Natuurlijk vind ik het geweldig als ik jonge leerlingen daarmee aan de gang hoor gaan. Zij zijn het die voor die nieuwe aanwas bij mijn theater.voorstellingen zorgen. Ik zeg niet dat het spelen van al die partijen door elkaar heen simpel is, maar als ik het heb kunnen leren, moeten anderen dat ook kunnen. Er was ooit een wetenschapper die vanwege mijn gelaagde spel wilde onderzoeken of mijn hersenstructuur afweek van anderen. Dat onderzoek is helaas nooit doorgegaan. Dat heb ik altijd jammer gevonden, want stiekem was ik wel benieuwd naar de uitslag.”

Theatertours van Harry Sacksioni

Zijn vier theatershows in het seizoen 2019 – 2020
 
1. THE STONES VS THE BEATLES BATTLE

“Ik ben benaderd door het management van Syb van der Ploeg, bekend als zanger van De Kast. Hij gaat repertoire van The Rolling Stones zingen, terwijl Edward Reekers, bekend van Kayak, dat met The Beatles gaat doen. Ze bleken beiden fan van mij en vroegen me als gitarist mee te doen. Dat idee beviel me meteen. Dat geeft me de gelegenheid weer eens lekker veel op de elektrische gitaar te spelen, in een band met zeven muzikanten. Bovendien wilde ik altijd al die drie noten van (I Can’t Get No) Satisfaction te spelen. Ik heb het altijd fascinerend gevonden dat drie noten zoveel effect konden sorteren. In een aantal theaters zal er ook een splitsing zijn, en er dus tevens een soort battle plaats vinden, tussen publiek dat tickets voor The Stones of tickets voor The Beatles kocht.”

2. SMOKEY STRINGS

“Reprise van het programma dat ik eerder dit jaar startte. Over de keuze van het repertoire heb ik al eens grappend verklaard dat ik louter tracks kies waar je tijdens het spelen de rook van de snaren ziet spatten. Het repertoire zweeft tussen fingerstyle blues en uptempo songs. Heel veel ‘rokerige’ nummers uit mijn carrière, een deel splinternieuwe en twee covers: Killer Queen van Queen en While My Guitar Gently Weeps van George Harrison. Er zit ook een mooie eigen ode aan J.J. Cale, op elektrische gitaar, in de voorstelling.”

3. LEGENDS

“Tournee met de vijf gitaristen die zich samen The Five Great Guitars durven te noemen. Vijf gitaristen uit verschillende disciplines: Jan Kuiper komt uit de jazz, Digmon Roovers uit de funk, Zoumama Diarra speelt op zijn Afrikaans, Marcel de Groot is een popjongen die alles aankan en ik heb zo mijn eigen fingerstyle gitaarmethode. Op Marcel na komen we al sinds 1985 regelmatig samen om iets moois te doen. Dit zal de vijfde tour worden, als ik goed geteld heb. We eren legends, variërend van Larry Carlton, Stevie Wonder, Fleetwood Mac, Prince tot The Allmann Brothers, maar spelen hun klassiekers op onze manier, met veel vrijheid, zodat er vaak iets geheel nieuws ontstaat.”

Prestigieuze jubileumshow in het seizoen 2020 – 2021

4. TIMELINE

“Volgend jaar zit ik 50 jaar in het vak en voor de jubileumshow ben ik al drie jaar aan het schrijven. Het is het grootste dat ik ooit deed: met een orkest, een koor, mijn eigen band, een later bekend te maken gastzanger naast me en heel veel visuals achter me. Ik streef naar tien à vijftien grote theaters en een show die in twee delen uiteen zal vallen. In deel één zit als eerste tijdlijn mijn visie op het ontstaan van de wereld, van oerknal tot de eerste mensen op aarde. Na de pauze zit mijn eigen tijdlijn, die begint halverwege de twintigste eeuw en duurt tot nu in het heden. Hierin geef ik mijn visie op de wereld via mondiale gebeurtenissen die een rimpeling in de tijd hebben veroorzaakt, zoals de moord op JF Kennedy, de maanlanding, de val van de Berlijnse muur, de tegenstellingen tussen Obama en Trump tot de plastic soep in de oceanen en de klimaatproblematiek.”