JW Roy:
‘Ach, zalig man, we hebben nog tijd zat’

Foto: Femke Hoogland

In de zomer van 2018 bezoeken we plekken in Brabant die een rol speelden bij het ontstaan van bijzondere kunstwerken. Deze keer gaan we op zoek naar de uitvalsbasis van JW Roy voor zijn liedjesalbum over de acht dorpen van de Acht Zaligheden: ‘Ach, Zalig Man’. Op naar het stamcafé in zijn geboortedorp Knegsel.

 

Acht dorpen in het Nederlandse deel van De Kempen. Plaatsen in Brabant waar met de zachte g van gemoedelijkheid gesproken wordt. De acht dorpen eindigen allemaal op sel: Eersel, Hulsel, Knegsel, Netersel, Reusel, Steensel, Duizel (voorheen Duisel) en Wintelre (in dialect Wèntersel). Zanger Jan Willem Roy, ooit slagerszoon en coureur uit Knegsel, nam er in 2010 een cd over op. Acht liedjes, over ieder dorp één. De cd werd uitgeven samen met een boek van auteur Karin Stroo, die in elk dorp een verhaal optekende. In dat van Hendrik van Aalst uit Eersel leren we dat de naam Acht Zaligheden waarschijnlijk uit 1831 stamt. Tijdens de Tiendaagse Veldtocht waren er soldaten gelegerd die spraken over selligheden. In feite een spotnaam, want selligheden betekent armzaligheden. Arm, als in armoede. De verandering van selligheden in zaligheden moet door de inwoners als een zaligheid ervaren zijn.

 

Knegsel

Knegsel is een van die dorpen waar de tijd iets langer stil lijkt te hebben gestaan. Dorpen waar je als inwoner blijft, of altijd terugkeert. Om elf uur ’s ochtends zit er zo een al aan de toog van Klein Antwerpen, het dorpscafé midden in Knegsel: Henri Bogaars. Hij woont een paar dorpen verderop nu. “Toch kom ik hier altijd terug. Waar heb je anders een stamcafé voor?” Geert en Annie Kolsters, oorspronkelijk uit Middelbeers, houden de dorpskroeg al sinds 1980 draaiende. “Hier heeft Jan Willem Roy zijn eerste pilskes leren drinken”, vertelt Annie. Het café staat te koop. Het echtpaar wil er eigenlijk al een tijdje mee stoppen, maar dat doen ze pas als ze de geschikte persoon hebben gevonden die het café voortzet. Annie: “Want het moet wel een café blijven. Kijk, ik ben 68, Geert is 72 jaar. We hebben er nog geen hekel aan hoor, maar binnen nu en een paar jaar zouden we toch wel willen gaan rentenieren.” Een lachende Henri is het daar wel mee eens: “Het wordt tijd dat er weer eens een jong vrouwke achter de tap komt te staan.”

 

Klein Antwerpen

JW Roy had vanuit zijn ouderlijk huis annex slagerij aan de Zandoerleseweg uitzicht op het café, het plein ervoor en de pastorie ernaast. In zijn lied Klein Antwerpen zingt hij dat hij als kind misdienaar wilde zijn. Knegsel is nog altijd katholiek. Een groot Jezusbeeld op het plein houdt er de wacht, ook al is Jezus in de loop der jaren een hand kwijt gesukkeld. Je kunt nu op een kleurrijke mozaïeken stenen sofa, ’t Knegsels Benkske, bij hem de wacht houden. Jan Willem bezingt ook dat ramen besloegen, de bibliotheek in een bus gehuisvest was en het dorp wel 1400 mensen, één slagerij, maar niet één Marokkaan had. ‘Klein Antwerpen is mooi lelijk en goed. Knegsel is mooi lelijk en goed. En dat allemaal tegelijk. De geur van zomer. De zon op het zand. Ramen en deuren open. Wat een land. Vergeet de tijd. We hebben nog tijd zat.’

Geert Kolsters zwaait klokslag elf uur de voordeur van het café open. Hij voorziet de tafeltjes op het terras van stalen asbakken en in beton gegoten kunststof rozen als versiering. Alle tafeltjes en stoeltjes staan er nog van de avond ervoor. Dat kan, het is Knegsel. Het café binnen heeft een bruin plafond en de wanden hebben een lambrisering van bruinhouten schroten. Er is een WC voor vrouwvolk en een voor mansvolk. Precies nog zoals Geert en Annie die in 1980 opgeknapt hebben. De muziek is nog ouder, maar komt wel uit een computer: My Special Prayer, van Percy Sledge. Annie: “In het weekend komt de jeugd hier verzamelen. Om naar een kermis of naar Eindhoven te gaan. Dan is er moderne muziek. Een paar van die gasten hebben toestemming van ons om dat via die computer te regelen.”

 

Jeanette

Jan Willem was vaste klant. Annie: “Ook toen hij nog wielrenner was. Hij zei laatst nog: ,,Als ik in Steensel over de bult reed, stond Annie al klaar mee een pilske. Jan Willem was een gezelligheidsmens. Hij was altijd de laatste die we buiten moesten duwen. Vorig jaar kwam hij nog eens op de fiets langs. Met Frank Lammers en Guus Meeuwis daarbij. Rondje langs de Acht Zaligheden, en er dan overal ene drinken. Vroeger kwam de hele vriendenclub van Jan Willem hier. Ze zaten allemaal achter mijn dochter Jeanette aan. Nee, geen van die mannen heeft haar gekregen. Daar heeft Ruud van den Boogaard (vriend van Jan Willem en ook zanger – WJ) dan weer een liedje over gemaakt. Over een jongen uit Veldhoven. Die kwam met zijn dikke BMW en nam ons Jeanette mee.”   

De Acht Zaligheden, en omliggende dorpen, hebben stiekem meerdere bekende Nederlanders onderdak geboden. Annie: “Dimitri van Toren woonde in Reusel, Peter Koelewijn in Vessem, Joost Prinsen in Oerle. Joost kwam hier elke week een potje biljarten. We herkenden hem wel, maar daar hebben we nooit iets van gezegd. Ard Schenk had een vriendin hier uit de buurt. Hij kwam ook regelmatig. Wij lullen daar niet over. Het ging goed tot een klant binnenkwam en zei: Hé, Ard Schenk! Hij betaalde zijn pilske en was meteen weg. Nooit meer gezien.”