Joe Jackson op scherp

Foto: John Huba

Yougottalooksharp! Joe Jackson verloochent zijn eigen stijlregels niet. Veertig jaar na zijn debuut LookSharp levert hij gewoon weer een stijlvol album af, waarop hij klinkt als de angryyoungman van vroeger. Al wil hij het zelf niet horen: “Ik boos? Critici hebben gewoon geen gevoel voor humor.”

 

De toon is gezet. De 64-jarige Britse zanger zit relaxt in een lage, ongemakkelijke fauteuil in een behoorlijk chic Brussels hotel. Een reeks interviews geven behoort tot de categorie ‘noodzakelijk kwaad’ in het leven van deze popartiest, die na veertig jaar in het vak nog weinig aan felheid heeft ingeleverd. Hij spreekt zijn bewondering uit over mijn T-shirt met beeltenis van saxofonist Dexter Gordon. De veelzijdige zanger/pianist/ componist is een groot jazzliefhebber.

Zijn grote oeuvre (inmiddels 21 studioalbums) bevat naast een groot aantal popal-bums ook platen waarop hij flirt met filmmuziek, klassieke muziek en jazz. Al ishij het ook daar niet mee eens. “Jazz? Ik heb nog nooit jazz gemaakt. JumpingJivewas mijn kijk op vroege rhythm & blues en The Duke was slechts een eerbetoon aan een man die jazzmuziek maakte, Duke Ellington. Die zei dat er maar twee soorten muziek bestaan: goede en slechte.”

De muzikant met het inmiddels witte haar is zelf amper verbaasd dat hij al veertig jaar in het vak zit. “Ik kan niets anders. Wat me wel verbaasd, is dat ik nog regelmatig optreedt in steden waar ik nooit eerder was en dat er dan mensen naar mij komen kijken. Sterker nog, die zalen verkopen uit. Waarom ik ooit ben begonnen met muziek maken? Om me af te zetten tegen van alles en nog wat, vooral tegen mijn ouders.

Muzikant worden was mijn manier om rebels te zijn. Ik kwam uit een non-muzikaal gezin. Als mijn ouders muziek hadden gemaakt, dan was ik wel accountant geworden. Mijn pa zat in het leger, werd later zeeman en bouwvakker. Hij was zelden thuis. Ik groeide op bij mijn moeder in Portsmouth.”

 

Dictator

De jonge Joe Jackson trok dus zijn eigen plan in de jaren zeventig, toen de punk net opkwam. Hij speelde piano. Was het niet veel logischer geweest als hij zich op de gitaar had gestort?

“Ik ben ooit met viool begonnen, maar daarmee is het lastig componeren. Ik wilde liedjes schrijven en dat ging beter op een piano. Ik heb ook wel gitaar gespeeld. De riff van het nummer I’m the Man komt van de tweedehands gitaar waar ik toen op speelde. Goede riff, simpel te spelen. Maar dat was het wel. Na een jaar speelde ik slechts drie akkoorden. Gitaar is een moeilijk instrument. Dat wordt vaak onderschat. Ik wilde verder, steeds andere zaken ontdekken. Dat ging wat mij betreft beter op de piano.

“Als ik nummers schrijf en een plaat ga opnemen, weet ik heel goed wat ik wil en hoe het moet gaan klinken. Ik sta wel open voor suggesties van goede muzikanten, maar eigenlijk ben ik een dictator. Ik geloof niet in democratie binnen een band. Ik heb de leiding en bewaak het geheel. Ik kan wel goed met mensen samenwerken. Met de jongens van Zuco 103, bijvoorbeeld, uit Nederland. Ik wilde een bepaalde beat en zij konden die in mijn ogen wel leveren, voor mijn deels met hen gemaakte vorige album Fast Forward. Ze kwamen met totaal iets anders op de proppen, maar dat was zo goed dat ik het zo heb gelaten. Maar dat is een uitzondering, hoor.”

Voor een dictator blijkt Jackson wel een behoorlijk groot relativeringsvermogen te hebben. “Ik lach veel en zie van veel situaties de humor in. Het alternatief is chagrijnig zijn en huilen. De keuze is dus niet heel moeilijk, vind ik. Ik sta positief in het leven en kan redelijk tevreden terugblikken, tot nu toe.

Als ik me met sommige andere muzikanten vergelijk, ben ik geen genie. Ik ben geen groot zanger, ik ben geen geweldig pianist, maar ik bewaar wel redelijk het overzicht en werk met mensen die mijn muziek naar een hoger plan tillen.”

 

Cynisme

Ondanks het optimisme begint het nieuwe album Fool rauw, zwaar en donker. Big Black Cloud is inderdaad een behoorlijk heavy openingsnummer. Ik snap de vergelijking met Look Sharp qua gevoel in een aantal tracks wel. Maar ook zoals toen: er zit veel humor verscholen in de muziek. Ik wil nooit politiek bedrijven en zie mezelf totaal niet als een protestzanger. Ook het nummer Sunday Papers (1979) vond ik eigenlijk gewoon grappig. Het gebeurt vaak dat tekstschrijvers verkeerd begrepen worden. Joe Strummer van The Clash vertelde me eens dat hij en Mick Jones vaak bewust pure nonsens in hun teksten stopten. Stomme dingen die door critici ontzettend serieus genomen werden. Ze lagen dan in een deuk als journalisten daar serieus op ingingen.

“Mensen nemen ook mijn woorden vaak veel te serieus. Of ze noemen me cynisch. Dat ben ik dus niet. Cynisme is iets voor de jeugd. Als je ouder wordt, gaat het cynische er wel van af. Ik heb zelfkritiek en kijk inderdaad met verbazing naar de wereld, maar het is nooit autobiografisch wat ik maak. Nummers schrijven is iets onvoorspelbaars. Ik hoop ooit nog te ontdekken hoe dat werkt. Tot op heden is er geen ritueel in mijn werkwijze te ontdekken. Een nummer kan overal op elk moment zomaar aan komen waaien. Vaak in stukjes en beetjes. Soms passen die ineens in elkaar.”

Wie Fool goed beluistert, zal ook het speelplezier opvallen. Vooral in het titelnummer lijkt alles heerlijk losjes tot stand gekomen. Er zitten Oosterse elementen in, maar ook een sterke pianosolo waar de liefde voor latin vanaf spat.

“Fool, het nummer, is inderdaad een gek allegaartje van stijlen geworden. Een beetje carnaval in vijf minuten. Tijdens het spelen in de opnamestudio ontstond een sfeer van: hé, zou dit ook niet te gek zijn om toe te voegen? Die pianosolo is inderdaad pure latin. Die had ik ten tijde van Look Sharp nooit kunnen spelen. Daar moet je eerst een tijd op gestudeerd hebben. Ik ben de laatste tien jaar echt een veel betere pianist geworden. Van latin ben ik al jaren groot fan. Voor mij is die muziek sterk gerelateerd aan de stad New York. Terwijl iedereen daar bezig was met The Ramones en Talking Heads, ook te gek overigens, ging ik naar latinoptredens en kocht ik albums van Ray Barretto. Er was een bloeiende latinscene.”

“Uiteindelijk paste het karakter van de nar ook perfect als titel voor het hele album, Fool. Een gek hoeft niet beleefd te zijn en mag meer zeggen dan iemand anders. Een soort superman die je niets kunt maken. Humor kun je niet vermoorden.”

 

Stemrecht

Jackson leidt een zwervend bestaan. Hij is maar even getrouwd geweest, heeft geen kinderen en woont voornamelijk in hotels. “Ik heb nog wel twee appartementen, die ik ‘home’ zou kunnen noemen. Dat in Berlijn bewoon ik het meest, maar ik heb ook een appartement in New York aangehouden. Ik kocht dat gelukkig in een gunstige periode. Nu zou dat niet meer te betalen zijn. Manhattan wordt steeds vervelender, sterieler. Jonge creatieve mensen kunnen het zich niet meer permitteren daar te wonen. Hetzelfde geldt overigens voor Londen.”

De muzikant heeft nog altijd een Brits paspoort. Toch mocht hij niet stemmen voor of tegen de Brexit. “Ik ben te lang weg uit Engeland om er nog te mogen stemmen. Dat geldt overigens ook voor de Verenigde Staten. Ik betaal belasting in twee landen, maar mag er in niet één stemmen. Ik heb dus geen stem. Ik mag me op die manier niet uitspreken. In interviews heb ik politieke debatten overigens altijd vermeden. Maar over de huidige situatie in Amerika wil ik wel iets kwijt. Dat land heeft 325 miljoen inwoners. Hoe is het dan in godsnaam mogelijk dat de twee mensen die overblijven om een president uit te mogen kiezen Donald Trump en Hillary Clinton zijn?”